Geen titel


Ik voelde me als een boom,
of toch als een twijgje,
dat zijn bladeren verspeelde in de kille herfst
maar dat nooit meer zag hergroeien.

Ik voelde me als een hert,
een hert dat opgedreven werd door jagers,
en niet meer kon ontsnappen.

Ik voelde me als een mug,
een miezerige mug,
die moest bestaan en overleven,
een mug die op elk moment geplet kon worden.

Ik voelde me als nooit tevoor
ik voelde wat ik nooit wou voelen
ik voelde leven.